Pensioen iets voor later ?? Echt niet !!
Een veelgehoorde stelling is: "Pensioen, daar hoeven we toch nu nog niet aan te denken, daar is later toch nog tijd genoeg voor!"
Inderdaad is pensioen met name voor later, maar het is wel belangrijk om er nu al aandacht aan te besteden. Allerlei gebeurtenissen hebben invloed op uw pensioen: trouwen en echtscheiding, kinderen krijgen, een nieuwe baan, een tijdje naar het buitenland, stoppen met werken of overlijden. Gebeurt er dus iets belangrijks in uw leven, sta dan even bij stil bij uw pensioen. Nu actie nemen betekent dat u (of uw partner) later niet tekort komt. Het gaat immers niet vanzelf goed ! Er zijn een aantal aspecten die bijzondere aandacht verdienen:
Het is van belang om zaken hierin goed in kaart te brengen en waar nodig u goed te laten adviseren. Uiteraard is een van onze deskundige medewerkers in staat uw situatie te beoordelen en waar nodig u te helpen of te adviseren, ondermeer bij:
* het beoordelen van de bestaande pensioenregeling
* het beoordelen van gemaakte samenlevingscontract of huwelijkse voorwaarden;
* het adviseren bij het aangaan van een samenwoning of een huwelijk
Trouwen of Samenwonen
Als u trouwt, samenwoont of kinderen krijgt, regelt uw pensioenregeling meestal dat er voor uw partner en kinderen een inkomen is als u komt te overlijden. In het bijzonder dient u er op te letten of:
- u een huwelijk of het samenwonen moet aanmelden (bij uw werkgever en/of
pensioenuitvoerder), - er uitzonderingen zijn in de pensioenregeling;
- dit uw eerste huwelijk is of niet;
- de bedragen die worden uitgekeerd (het partnerpensioen, eventueel met wettelijke aanvullingen, zoals Anw) voldoende is om van te leven. Het is namelijk minder dan uw huidige salaris en
minder dan uw (ouderdoms)pensioen - uw partner aanspraak kan maken op een nabestaandenuitkering (Anw, genaamd)
van de overheid.
Als u niet bent getrouwd of niet bij de burgerlijke stand uw relatie hebt geregistreerd, is er kans dat de partner met wie u samenleeft, na u overlijden niet automatisch een partnerpensioen krijgt. In een aantal pensioenregelingen is er namelijk helemaal geen partnerpensioen geregeld voor de niet geregistreerde partner, en als dat wel het geval is worden er eisen gesteld aan de duur van uw relatie.
De vereiste termijn kan variëren van een half jaar tot wel vijf jaar ! Ook kan een samenlevingsovereenkomst verplicht zijn. Voldoet u niet aan de eisen, dan krijgt uw partner geen partnerpensioen als u overlijdt. Heel belangrijk dus om dit goed uit te zoeken!
Overlijden
Hier moet u in het bijzonder letten op:
- Heeft mijn partner recht op Anw ?
- Heeft mijn partner recht op partnerpensioen?
- Is het partnerpensioen hoog genoeg?
- Wat gebeurt er als ik van baan wissel?
- Wat moet ik kiezen als ik met pensioen ga?
In de meeste pensioenregelingen is er partnerpensioen, in ieder geval is dat zo voor degene met wie u getrouwd bent en voor degene met wie u een geregistreerd partnerschap bent aangegaan. Dat geldt echter niet altijd voor degene met wie u samenwoont. Vraag dat dus na bij uw pensioenuitvoerder. Indien u gaat trouwen of samenwonen na de pensioendatum, dan zal er voor uw partner geen recht op partnerpensioen zijn.
Dat is natuurlijk ook zo als u op de pensioendatum uw partnerpensioen hebt ingeruild voor een hoger ouderdomspensioen. Daar komt nog bij dat u - als u ooit gescheiden bent- een deel van het partnerpensioen hebt moeten afstaan aan uw ex-partner. Als u na echtscheiding opnieuw trouwt of gaat samenwonen, krijgt uw nieuwe partner daardoor een aanzienlijk veel uitkering als u overlijdt. Zorg er dus voor dat u iets regelt indien uw nieuwe partner (volledig) van uw inkomen afhankelijk is.
Let ook goed op dat er in uw pensioenregeling een verschil kan zijn tussen de hoogte van het partnerpensioen als u overlijdt voor de pensioendatum en het partnerpensioen indien u overlijdt na de pensioendatum. Dat kunt u zien op uw pensioenoverzicht.
Echtscheiding
Een scheiding heeft bijna altijd grote gevolgen voor je pensioen. Dat moet u - als hoofdregel - delen met uw ex-partner. Hoe die verdeling in zijn werk gaat is wettelijk vastgelegd. U kunt daar echter van afwijken. Bij de verdeling is er verschil tussen twee pensioensoorten: het partnerpensioen en het ouderdomspensioen. Bij het partnerpensioen is het van belang om te kijken of in uw pensioenregeling het partnerpensioen wordt opgebouwd of op risicobasis is verzekerd. In dat laatste geval houdt uw ex-partner geen recht op partnerpensioen als u komt te overlijden.
De wettelijke regeling is dat al het partnerpensioen dat tot de scheiding is opgebouwd bij een scheiding naar uw ex-partner gaat. Dat heet dan het bijzonder partnerpensioen. Dat geldt bij een scheiding maar ook bij het verbreken van een partnerrelatie. Bij uw scheiding kunt u hier overigens andere afspraken over maken. Als u hertrouwt betekent dat niet zonder meer dat uw nieuwe partner het hele partnerpensioen krijgt, omdat er wellicht al een deel naar uw ex-partner toegaat.
Dat kan dus betekenen dat uw nieuwe partner daardoor na uw overlijden te weinig inkomen heeft ! De wettelijke regeling bij ouderdomspensioen is dat bij een scheiding de ex-partner recht heeft op de helft van het pensioen dat tijdens het huwelijk (of de geregistreerde partnerrelatie) is opgebouwd (verevening van pensioenrechten wordt dat genoemd). Dat geldt zowel voor een gewone echtscheiding als voor een scheiding van tafel en bed. Bij uw scheiding kunt u hier overigens andere afspraken over maken.
De ex-partner krijgt zijn of haar deel van het pensioen pas vanaf de datum dat de ander met pensioen gaat. Wanneer de scheiding binnen twee jaar is gemeld aan de pensioen uitvoerder, moet de pensioenuitvoerder het pensioendeel rechtstreeks aan de ex-partner uitbetalen. Veel mensen vinden dat prettig, omdat ze dan niet afhankelijk zijn van de betalingen van de ex-partner. Wordt de scheiding pas na twee jaar gemeld, dan vervalt het recht op rechtstreekse uitbetaling door de pensioenuitvoerder. Het recht op uitbetaling blijft, maar het aandeel moet dan bij de ex-partner opgeëist worden.
Het deel van uw pensioen dat aan uw ex-partner wordt toebedeeld, wordt uitgekeerd zolang u allebei in leven bent. Als de ex-partner overlijdt, krijgt degene die het pensioen had opgebouwd weer het volledige pensioen. Als degene die het pensioen had opgebouwd overlijdt, stopt voor de ex-partner de uitkering van het deel van het ouderdomspensioen.
Onder omstandigheden krijgt de ex-partner dan nog wel een bijzonder partnerpensioen
Conversie
U mag van de wettelijke regeling van pensioenverdeling afwijken, bijvoorbeeld door af te spreken de wettelijke regeling niet toe te passen. Een van de belangrijkste afwijkingen van de standaardverdeling van het pensioen is conversie. Bij conversie worden het aandeel in het ouderdomspensioen en de waarde van het bijzonder partnerpensioen omgezet in één pensioenrecht voor de ex-partner. Conversie kan voor de ex-partner aantrekkelijk zijn omdat hij of zij dan zelf kan bepalen wanneer het pensioen ingaat. Het kan echter ook nadelig zijn omdat de ex-partner na het overlijden van de vroegere partner het partnerpensioen misloopt.
De ex-partner die voor conversie kiest, moet dus volledig in het eigen onderhoud kunnen voorzien. In veel situaties waarin alimentatie wordt ontvangen, is dit niet het geval. Conversie kan ook nadelen hebben voor degene die het pensioen heeft opgebouwd. Bij verevening zou u na het overlijden van de ex-partner weer uw volledige ouderdomspensioen krijgen. Bij conversie gaat dat niet op, omdat u dan definitief afstand doet van de helft van uw ouderdomspensioen.
Anw
De voorwaarden
De kans dat uw partner een nabestaandenuitkering van de overheid krijgt vanuit de Algemene nabestaandenwet (Anw) is niet zo groot. De partner moet :
- op de dag van uw overlijden jonger zijn dan 65 jaar, én
- òf geboren zijn vóór 1 januari 1950;
- òf kinderen hebben die jonger zijn dan 18 jaar;
- òf voor meer dan 45% arbeidsongeschikt zijn.
U kunt dus nu al nagaan of uw partner voor zo'n Anw-nabestaandenuitkering in aanmerking komt. Is dat niet het geval dan is het belangrijk om na te denken over de financiële gevolgen van uw overlijden.
Wie krijgt wat ?
De partner:
De hoogte van de Anw-uitkering is 70% van het netto minimumloon.
De Anw-bedragen in 2009:
Nabestaande: Nabestaande met kind(eren) onder de 18 jaar
€ 1.068,98 bruto per maand € 1.313,24 bruto per maand
Deze bedragen zijn exclusief vakantiegeld en exclusief de tegemoetkoming aan Anw-gerechtigden van € 201,36 bruto per jaar. Maar let op:
- ook indien uw partner voldoet aan de voorwaarden, wil dat nog niet zeggen dat hij of zij de maximale uitkering krijgt. De overheid kijkt ook naar het inkomen van de achterblijvende partner
(een aantal inkomensposten blijven echter wel buiten beschouwing). - De nabestaandenuitkering vervalt zodra u niet meer aan de voorwaarden voldoet of als u gaat samenwonen (hierop zijn nog wel een aantal uitzonderingen).
Kinderen
Bij kinderen moet een onderscheid worden gemaakt tussen halfwezen en wezen
Halfwezen
Een halfwees is een kind onder de 18 jaar waarvan één ouder is overleden. De verzorger (vaak de overgebleven partner) van het kind komt in aanmerking voor een halfwezenuitkering. De hoogte van de halfwezenuitkering bedraagt 20% van het netto minimumloon. De hoogte van deze uitkering is onafhankelijk van het aantal kinderen of het inkomen van de verzorger.
Wezen
Bij een wees zijn beide ouders overleden. Het kind heeft zelf recht op de uitkering totdat de leeftijd van 18 jaar wordt bereikt. De wezenuitkering is onafhankelijk van het aantal kinderen of ander inkomen, maar wel afhankelijk van de leeftijd van het kind.
Wees tot 10 jaar: Wees van 10 tot 16 jaar: Wees van 16 - 21 jaar:
€ 342,07 bruto € 513,11 bruto € 684,15 bruto
Deze bedragen gelden per maand per kind en zijn exclusief vakantiegeld. De uitkering stopt op het moment dat het kind 18 jaar wordt, maar kan worden verlengd als hij of zij arbeidsongeschikt is, studeert of samen met andere kinderen het huishouden verzorgt.
AOW
Iedereen die in Nederland heeft gewoond en 65 jaar is krijgt AOW van de overheid; u hoeft dus geen Nederlander te zijn.
Om een volledige AOW te krijgen moet u tussen uw 15e en 65e, in Nederland hebben gewoond. Voor elk jaar dat u tussen uw 15e en 65e jaar niet in Nederland hebt gewoond, wordt u AOW gekort met 2% (bijvoorbeeld omdat u tijdelijk in het buitenland hebt gewerkt of gewoond of pas later in Nederland bent komen wonen).
Daarnaast is het recht op AOW onafhankelijk van uw inkomen en/of vermogen.
Gehuwd of samenwonend:
Als u bent getrouwd of samenwoont heeft u recht op een AOW-uitkering van 50% van het netto minimumloon. Als u en uw partner beiden 65 jaar of ouder zijn, krijgt u samen een AOW-uitkering van 100% van het netto minimumloon.
Als u 65 jaar wordt en een jongere partner hebt, kunt u een toeslag krijgen op uw eigen AOW, van maximaal 50% van het netto minimumloon. Deze AOW-toeslag is echter wel afhankelijk van het inkomen van de jongere partner !
De AOW bedragen in 2009:
Eén gehuwde of samenwonende: Maximale toeslag voor jongere partner:
€ 686,78 per maand bruto € 686,78 per maand bruto
Dit is exclusief de tegemoetkoming aan AOW-ers van € 437,40 bruto per jaar en exclusief vakantiegeld.
Let op: wie in 2015 (of later) 65 wordt, krijgt geen toeslag meer voor een jongere partner !
Alleenstaand
Als alleenstaande heeft u recht op een AOW-uitkering van 70% van het netto minimumloon. Als u - als alleenstaande 65-plusser - een kind onder de 18 jaar verzorgt, heeft u recht op een AOW-uitkering van 90% van het netto minimumloon.
De AOW bedragen in 2009:
Alleenstaande: Alleenstaande met kind jonger dan 18 jaar:
€ 1.001,94 per maand bruto € 1.271,82 per maand bruto
Dit is exclusief vakantiegeld en exclusief de tegemoetkoming aan AOW-ers van € 437,40 bruto per jaar.
